Blog8: Onder de Spaanse zon en tussen het groene goud. Real-Life-Soap! Jullie mogen terugkomen…

 In Blog

Roy van Zanten Dolend in het zuiden van Spanje. Real-Life-Soap.

Blog8: Onder de Spaanse zon en tussen het groene goud.

‘Jullie mogen terugkomen.’

De honden bewegen onrustig heen en weer. Nu grommen ze. ‘Wat is er dan?’ vraag ik. Hierdoor worden ze nog onrustiger. Ik sta op uit bed en loop door de lange gang naar de voordeur. Tijdens de siësta laat ik Ai-Me en Kansas altijd in het veel koelere huis op de koude plavuizen slapen. Buiten lopen de temperaturen op tot zeker 38 C in de schaduw. In hun kennel staat een gemetselde overkapping, waar ze diepe geulen hebben gegraven in de harde grond om koelte te zoeken. Als ik de deur opendoe komt net Martin de poort door rijden met de andere twee honden.
We begroeten elkaar met een stevige hug en veel gelach. Wat een reis heeft hij uiteindelijk gemaakt. Even hierlangs en even daarlangs. Van Tsjechië tot Italië en via Zwitserland en Frankrijk weer terug naar Spanje.
‘Ik heb een speciale wijn meegenomen uit de Bordeaux. Zullen we er een glaasje van proeven?’
Even later zitten we in de chiringuito aan de bar bij het zwembad ons eerste glaasje weg te slobberen. Die gaat er wel in.
‘Heb je veel kunnen schrijven aan je nieuwe boek?’ vraagt Martin belangstellend. Ik vertel hem dat ik blij ben dat ik mijn schrijfmotortje weer in gang heb kunnen zetten. Hoe meer je schrijft hoe makkelijker het gaat. Ik ben begonnen met bloggen over de avonturen van de man die Nederland heeft verlaten op zoek naar het beloofde land :). Tijdens mijn omzwervingen over de wereld lijkt het wel of ik overal een stukje van mezelf heb achtergelaten. De vraag is nu: ‘Is er nog wat over van mezelf?’ In feite heb ik mezelf helemaal leeggemaakt en daarna weer gevonden en ‘bevrijd’. Toch heb ik nog behoorlijk lang in mijn eigen gevangenis geleefd. Misschien dat daarom dat ene kunstwerk van de kooitjes met de foto’s van gezichten van Juan Mar uit Castril me zo aanspreekt.

Rob en Arno zijn er. Ze hebben hun blitse cabrio bovenaan de oprijlaan geparkeerd. Rob herken ik meteen van ‘Eigen Huis en Tuin’. Hij was de tuinman met dat heerlijke Amsterdamse accent. Als hij een paar planten in de aarde zette, kreeg je meteen zin om je hele tuin om te spitten. Wie van de dertigplussers kent hem niet? Ze noemen Rob ook wel de ‘Tuinman der Nederlanden’. Hij is niet veel veranderd behalve dat hij nu een bril draagt en in plaats van een snor een grijs baardje heeft. Arno ken ik nog niet, maar het voelt meteen goed. Die gasten hebben een fijne jeugdige energie om zich heen hangen. Zoals eerder gezegd zijn ze op een roadtrip door Zuid-Spanje, die nu op zijn einde loopt. Ze zijn vol passie en vertellen prachtige verhalen over hun trip tot nu toe.
‘We waren bij Mijas en opeens kwam er een vuurzee de bergen over in onze richting!’ Er zijn daar nogal wat bosbranden geweest. ‘En bij een botanische tuin in de buurt van Málaga klommen ze net een palmboom in om hem te snoeien van bovenaf.’ Ondanks dat ze aan het einde van hun trip zijn, barsten ze van de energie.

’s Avonds gaan we uit eten bij Sandra’s bar Municipal. Ook hier is het gelijk supergezellig. Tussendoor doet Arno zijn filmwerk, wat veel aandacht trekt. Je ziet de locals denken: ‘Wat doen die rare snuiters hier?’ Maar al snel is er contact met iedereen en komt Sandra al aan lopen met de afstandsbediening van haar ‘box-box-box’, de bluetooth luidspreker met 200 watt vermogen. We maken er al een tijdje grapjes over net alsof Max Verstappen naar binnen moet komen voor een bandenwissel. Uiteraard smul ik van de rijkelijk gevulde kebab-rol met veel knoflooksaus en salade. Martin is bezig met de muziek en al snel is bijna iedereen aan het dansen in het midden van het terras. Nooit geweten dat daar een dansvloer was. Ook Sandra ontkomt niet aan de charmes van Martin die haar zwierend meevoert à la Titanic dancing. Uiteraard zijn we al een paar flessen wijn verder.

Diep in de nacht zijn we weer thuis en gaan we nog even verder in het zwembad. Aan de bar zittend in de chiringuito drinken we nog een biertje. De sfeer is ontspannen. Opeens valt Martin uit tegen Rob over zijn biografie. ‘Je had behoefte aan aandacht en daarom kwam je met een boek.’ Rob blijft rustig. Martin gaat door. ‘Ik heb je boek half gelezen en het daarna weggelegd.’ Ik wist niet dat Rob een biografie had geschreven, maar nu ik hem ken wil ik hem zeker lezen. Martin gaat nog wat verder en zegt tegen mij dat ik zit te slijmen bij Rob en Arno en de hele tijd al interessant loop te doen. Ik ben verbaasd door deze omslag. De stemming is er wel uit en we taaien af naar bed.

De volgende morgen ben ik benieuwd of ze er nog zijn of dat ze vertrokken zijn in hun blitse vehikel. Gelukkig, de auto staat er nog. Rob zit bij het zwembad en is druk bezig met monteren van filmpjes alsof er niks aan de hand is. Een goed teken. Hij laat me één en ander zien van wat ze tot nu toe allemaal meegemaakt hebben. Arno schuift ook aan. ‘Martin is voor het ontbijt croissants halen op de motor,’ zegt Rob. Ondanks dat ik een aardige Einzelgänger ben is dit een geweldig leuk gevoel om zo samen met elkaar op te trekken. Arno heeft niks mee gekregen van de discussie van afgelopen nacht en Rob zegt dat het al uitgesproken is. Prima dus. Het zal de drank zijn geweest.
Daar is Martin met de (zoete) broodjes. We lachen ons suf om de croissants, die zo groot zijn als meloenen. ‘Als ze maar niet zo smaken,’ grapt Arno. Het ontbijt is weer supergezellig. Niemand krijgt zijn croissant helemaal naar binnen. Het smaakt allemaal voortreffelijk. Ook de koffie uit het vintage DeLonghi espressoapparaat gaat er goed in.

We zijn klaar voor vertrek voor onze tour/safari door de omgeving. De kap gaat eraf en even later rijden we joelend de poort uit. Het is prachtig zitten in een open auto. Net of je meer mee krijgt van de omgeving. En dat is ook zo. In een gesloten auto zit je toch een beetje door de windows naar buiten te kijken alsof je het via een beeldscherm bekijkt. Nu zit je er middenin en omdat er geen dak is zie je ook alles boven je. In dit geval een knalblauwe lucht. We rijden door een kruidig dennenbos. Gelukkig rijdt Arno lekker rustig en goed, zodat we alles in ons op kunnen nemen. Martin zit ook voorin en Rob en ik achterin. De lange mannen voor, de kleinere achter. Rob ziet er weer top uit; nieuwe pet, deze keer een jeans stofje en een t-shirt met gilet. In de hals van het shirt pronkt een pluizige bolmicrofoon. Arno heeft er ook één.
We rijden langs een diep ravijn met rode, groene en zandkleurige rotsen tot ver in de hoogte. Martin legt uit dat ze dit in de omgeving ook wel de mini ‘Grand Canyon’ noemen. We gaan even stil staan op een prachtige boogbrug om goed naar beide kanten te kunnen kijken. In de verte naar rechts is een enorme vallei vol olijfbomen. De warmte stijgt ook via de grond dampend omhoog. In de verte zingen krekels. Niemand praat om het moment volledig te kunnen genieten. Als Arno verder rijdt gaan we gelijk steil en slingerend omhoog. De warme wind wappert door onze haren en een ‘yieaaaahhhh’ kan ik niet onderdrukken.

En zo komen we langs meerdere prachtige natuurverschijnselen. Bij elke bar of restaurant waar we langs komen, pakken we even een watertje of een wijntje. Eén van de hoogtepunten is zeker de koele berg waar de rivier Peralta ontspringt. Het water komt ijskoud en kraakhelder tussen de rotsen vandaan stromen, omhoog gestuwd vanuit de diepte beneden. Rondom is veel begroeiing. ‘Het lijkt wel of we in een mangrovebos zijn in Zuid-Amerika,’ praat Rob enthousiast in de camera. Hij moet bijna schreeuwen om boven het lawaai van het stromende water uit te komen. Hij benoemt, in het latijn, een paar planten, bomen en hangende wortels die op de vochtige rotsen staan op plaatsen waar je het niet voor mogelijk zou houden. Hij schudt alles zo uit zijn mouw zonder enige voorbereiding. Het is heerlijk koel en vochtig. ‘Dit water is het koudste water in de wijde omtrek,’ vult Martin behulpzaam aan. ‘Iets verderop is een natuurlijk bassin van rotsen waarin we kunnen zwemmen.’
Met heel veel plezier lig ik een paar minuten later te dobberen in het ijskoude water. Eindelijk heb ik een plek gevonden om mijn lichaam af te koelen. Het liefst zou ik dat nog kouder doen, op de WimHof-methode, met ijsblokjes. Dat scheelt medicijnen nemen.
Later in de middag komen we aan bij een lang aquaduct van zeker 100 meter, gebouwd door de Romeinen. Wat een werk. De technieken die toen gebruikt werden hebben de technici van nu nog niet kunnen ontdekken. Toen hadden ze natuurlijk nog geen laserwaterpas. Zo’n klein verloop van het ene einde naar het andere. Vlak naast de waterbrug hebben we uitzicht over een enorme vallei vol rotsen, zandwegen en bossen. Hoe is het mogelijk dat er zoveel water is in deze kurkdroge omgeving. Ik grap wat met Arno over een panorama foto die ik probeer te maken. ‘Ik zou maar niet te veel meer drinken maat, want we gaan je vanmiddag interviewen in de tuin van Martin,’zegt Arno ineens.

‘Ik ga van vijf vingers naar nul en dan begint de opname,’ zegt Arno serieus. Hij zit doodstil voor ons. Rob zit naast me. Hij draagt een wit hengselshirt en zijn blauwe pet. Ik heb voor de gelegenheid een rode Lacosta polo aangetrokken. We zitten aan tafel onder twee olijfbomen in de schaduw. Eén van de honden van Martin loopt achter ons en komt even snuffelen. Het is heerlijk relaxt. Arno doet zijn truc met de aftellende vingers en dan begint Rob uit het niets met een schitterend interview. Als mijn antwoord te lang is onderbreekt hij me enthousiast met een nieuwe vraag. Wat kan die man praten. ‘Hoe heeft Roy dat ooit allemaal kunnen betalen, zo’n wereldreis van drie jaar? Dat willen wij Nederlanders natuurlijk wel weten.’ Ik doe een soort van onthulling dat ik eigenlijk zelf die Roy van Zanten ben. Rob antwoordt gevat: ‘Nee, je meent het!’ Het komt er zo grappig uit bij hem dat we helemaal in een deuk liggen. Ondanks dat ik super rustig ben geef ik toch niet helemaal de antwoorden hoe ik het achteraf had gewild, maar dankzij Rob loopt het interview soepel en kunnen we het bijna in één take doen. Het is voor mij, een onbekende schrijver, met zulke professionele mensen samen te zijn, een welkome- en waardevolle ervaring!

In de avond zitten we in ons nakie bij het zwembad te babbelen. Het is donker en er is niemand te bekennen in de wijde omtrek, dus waarom ook niet. Je kijkt toch altijd even bij je buurman wat hij heeft hangen. Laat ik het zo zeggen…: ‘Ze brengen iets meer gewicht mee dan ik.’ Maar het mag de pret niet drukken. Wat een bijzondere dag was dit.
En dan zegt Martin opeens: ‘Jullie hebben je goed gedragen. Jullie mogen terugkomen!’ Het is waarschijnlijk goed bedoeld, maar het klinkt raar. Ook omdat niet duidelijk is tegen wie hij het zegt. Uitgeput duiken we allen ons eigen nest in.

De volgende morgen is er weer ontbijt met reuze croissants. Voldaan gaan we op weg. Rob en Arno zullen richting hun huizen aan de kust gaan. Martin gaat ze, op zijn motor, begeleiden tot aan Puebla de Don Fadrique. En ik rijd mee tot aan Castril, mijn homebase. Voor we weggaan wordt Martin geïnterviewd. Als ervaringsdeskundige geeft hij een prachtig antwoord over wat er nog meer in de omgeving te zien is en dat ons nog enkele verrassingen te wachten staan. Rob is onder de indruk en vraagt voor de grap of Martin niet stiekem voor de Andalusische VVV werkt.

We pakken de binnendoor weg naar Castril langs twee prachtige stuwmeren met blauw-groen-turquoise kleurige Caraïbische wateren, alleen dan zoetwater. Onderweg besef ik hoe gaaf het is geweest met ons vieren. Ook nu hebben we weer een groeps-app gemaakt, net als eerder bij Pablo en Karlijn. Deze keer heten we de ‘Deugnieten’, waar het vorige keer de ‘Madagaskar’ groep was. Ik voel me bevoorrecht dat ik dit allemaal mag meemaken. Twee maanden geleden ben ik gehaast uit Nederland vertrokken om het hele circus te ontwijken wat achter de schermen al weer opgetuigd werd. Ons kabinet dient duidelijk andere belangen dan die van de inwoners van Nederland. Maar dat is niet de reden van mijn vertrek hoor. Spanje is gewoon mijn land. Ik hou van de taal, de mensen, het klimaat, de cultuur, het eten, het leven op straat en het leven in de bar. En vooral de passie waarmee geleefd wordt. Spanje heeft alles; bergen, lange zandstranden, rotskusten, bossen, uitgestrekte natuur, ruimte en zelfs een woestijn. Elke streek heeft weer andere gebruiken en gerechten. De culturele rijkdom is ongekend. Elke dag leer ik iets meer over dit prachtige land en zijn geschiedenis. Ik had dit in mijn dromen nog niet kunnen verzinnen. Al deze mooie ervaringen die nu al op mijn pad gekomen zijn. En ondertussen houd ik mijn ogen en oren goed open voor wat betreft mijn nabije toekomst, zoekend naar een plekje om te gaan wonen.

Het afscheid in Castril is treurig. Stiekem toch een beetje van die kerels gaan houden, Roy of Alex?! Tja, wie zal het zeggen. Er hing gewoon zulke goede energie omheen. Overal waar wij kwamen ging de zon iets feller schijnen. Hoop jullie snel weer te zien amigos. Het voelt als een verbond voor infinity!
Nu ben ik weer terug in Castril bij Bert. Gaan we weer wat klussen, ook schitterend.

Wordt vervolgd… Volg Roy op zijn zoektocht door Spanje naar de ideale woonplek. Elke dinsdag komt er een nieuwe blog uit. Soms ook nog één op vrijdag.

Recent Posts

Leave a Comment

12 − twaalf =