Blog4: Onder de Spaanse zon en tussen het groene goud. Real-Life-Soap! Bijzondere ontmoetingen…

 In Blog

Roy van Zanten Dolend in het zuiden. Real-Life-Soap.

Blog4: ‘Onder de Spaanse zon en tussen het groene goud.’

Bijzondere ontmoetingen

Castril is dus een klein bergdorp in het zuidoosten, in de binnenlanden van Andalusië. Met 600 inwoners is het een klein dorp wat vooral leeft van de landbouw, olijven en amandelen en het rurale toerisme. Er was ooit een glasfabriek, die bekend stond om zijn geblazen glas. De fabriek vierde zijn hoogtijdagen van de 16e eeuw tot aan het einde van de 19e eeuw. Van het museum Victoria & Albert in Londen tot aan de Hermitage in Sint-Petersburg hebben glascollecties uit de fabriek van Castril. De grootste collectie staat in het archeologische museum in Granada ‘La Casa de Castril’. Helaas staat de fabriek er nu verlaten bij.
Ik praat aan de bar met Juan Mar, een kunstenaar, die bij de familie hoort die Bar Emilio draaiende houdt. Zelf staat hij ook achter de bar, maar hij heeft een verborgen mooie kant, speciale missie. Het is zijn passie het dorp mooier te maken. Dat doet hij vooral op het terras van ‘zijn’ bar. In een bloemenperk stelt hij kunstwerken op die hij met spots verlicht. In de bomen, die het terras overdag van de broodnodige schaduw voorzien, hangt hij kleine kunstwerken op die ook een diepere achterliggende gedachte hebben. En hier zie je de briljante geest van de artiest. Ik ben een groot bewonderaar van Juan Mar. Eén van de werken die ik zeer waardeer is die van vogelkooitjes met op de bodem foto’s van mensengezichten. Zoals bij alle kunst mag de kijker er zelf een draai aan geven. Bijna elke dag tovert hij iets nieuws uit zijn kunstenaarshoed. Een tijdje geleden heeft hij met een groep mensen een poging gedaan de glasfabriek weer nieuw leven in te blazen. Hij zocht naar het speciale Castrielse zand wat ze gebruikten om het glas te kunnen blazen. Het is ze uiteindelijk niet gelukt, zelfs met de technologie van vandaag de dag.
Ik vind het ongelooflijk interessant bijzondere mensen als Juan Mar te ontmoeten. Dit overkomt me al enige tijd. Sinds ik meer in verbinding sta met mezelf kan ik me ook makkelijker verbinden met wat ik doe en met wie ik ontmoet. Vooral ook door de oplopende spirituele benadering van mijn Dolen Trilogie. Dankzij alle belevenissen en ontmoetingen tijdens mijn wereldreis en de gesprekken met vriendin Emmy uit Limburg en mijn zen vrouw nicht Tara uit Dieren.
Sinds ik bevriend ben geraakt met Harry ‘de Iceman’ Geurkink, een bevlogen tennisser uit Arnhem, is dit alles in een versnelling geraakt. Voor ik het wist zat ik in een opblaasbadje volgepropt met water en ijsblokjes. De eerste keer was het behoorlijk schrikken. Inmiddels doe ik het met plezier. Vooral om gezondheidsredenen. Wat ik vooral prachtig vind is dat je, doordat je in een situatie zit waar je eigenlijk niet thuishoort, je dichter bij jezelf komt. ‘Kan dat? Dichter bij jezelf komen?’ Nou inderdaad dat kan dus. Ook meditatie helpt. En wie had ooit gedacht dat mij (met Roy van Zanten als alter-ego) dit zou kunnen overkomen. Via Harry kwam in aanraking met De Vliegende Olifant, een gezondheidscentrum in de breedste zin van het woord in Arnhem dichtbij Sonsbeek Park. Jeanette zwaait hier vrolijk met de scepter. Het energetisch zuivere centrum onderzoekt meerdere manieren om mensen te helpen / ondersteunen op welk vlak dan ook.

Op de vrijdagmarkt ontmoet ik Pablo, of ook wel Pablito zoals hij zegt genoemd te worden hier in Castril. Hij is Engelsman, 75, draagt een baseball pet, ziet er superfit uit en heeft slimme bruine ogen die een zachte uitstraling hebben. Hij praat over de markt en wat hij net gekocht heeft. ‘Zullen we straks een koffietje drinken in Emilio’s?’ vraag hij.
Het is het einde van de middag en het zal zo’n 36 graden zijn. We zitten beschut in de schaduw en de koffie is voor hem een koud biertje 1925, wat hij ‘una verde’ noemt en voor mij een gekoeld rood wijntje geworden. Pablito vertelt over zijn leven wat hij al 13 jaar gemiddeld 4 maanden per jaar in Engeland, Australië en Spanje doorbrengt. Hij praat over de lange wandelingen die hij maakt in de omgeving van Castril. En over de tweepersoons opblaaskano die hij heeft en de fijne contacten in het dorp. De hitte verdraagt hij goed. Zijn huis staat aan de andere kant van het dorp en kijkt uit over de groene vallei richting Baza. En zo ontmoeten we elkaar dagelijks en babbelen gezellig bij een koffietje of een biertje. Het lijkt alsof we elkaar al jaren kennen.
‘Ben je al bij het stuwmeer geweest?’vraagt hij op een dag.
‘Nou ik ben er al wel langs gereden, maar er staan overal borden verboden toegang en dat er alleen toegang is voor personeel.’ Hij wuift het weg alsof niemand zich iets van die borden aantrekt.
‘Ga je mee zwemmen morgen?’
‘Is dat niet gevaarlijk kwa zuiging bij de dam?’ Pablo lacht het weg.
‘Het meer is immens groot. Don’t worrie.’ Hij heeft er wel een keer een slang zien zwemmen vanuit zijn kano. Hij heeft toen maar niks gezegd tegen de vriend waarmee hij was om hem niet bang te maken. We lachen er beiden om.
De volgende dag gaat het gebeuren in de middag. Na een ‘verde’ en rood wijntje lopen we het dorp uit. De zon staat hoog en brandt op mijn huid. Ik probeer zoveel mogelijk door schaduwplekken van bomen en huizen te lopen. Mijn benen voelen slap. ‘Zullen we met de auto gaan?’ vraag ik. Pablo lacht. ‘Het is maar 20 minuten lopen,’ zegt hij. ‘Maar wel steil omhoog,’ opper ik. We lopen door. In no time zijn we hoog boven het dorp verheven en kunnen genieten van een prachtig uitzicht over de vallei. Het lopen valt inderdaad mee en al snel doemt het turquoise gekleurde meer voor ons op. Het is omgeven door een warme serene stilte, hoge rotsen en bergen in de verte. We negeren de borden en slaan rechts af om langs het meer te lopen over een kiezelpad wat steeds moeilijker begaanbaar is. Omdat het water dagelijks iets zakt is het moeilijk een goede plek te vinden om tot de waterrand af te dalen. Na wat klimmen en klauteren komen we op een dood punt van de route uit, een soort mini ravijn. We overleggen hoe we iets terug moeten gaan om verder beneden te kunnen komen. ‘Misschien gaat het niet lukken vandaag?’ denk ik hardop. Maar nu we inmiddels zo ver gekomen zijn denken we beiden niet aan opgeven. Door struiken en over steeds moeilijker begaanbaar terrein komen we uiteindelijk toch op een punt dat we er bijna zijn. We lachen vrolijk naar elkaar en praten vrolijk voor ons uit. In de verte op het meer spelen een paar kinderen op een waterfiets. Verder puur natuur.
Het water is helder en fris, maar ik had gehoopt dat het kouder zou zijn gezien mijn nieuwe liefde voor ijsbaden. Pablo zwemt meteen richting het diepe. Ik volg. Onze zwembroek hebben we op de kant achtergelaten en zo staan we nog dichter bij de natuur. Ik kijk om me heen. De strakblauwe lucht, de bergen lijken hoger nu. De kinderen met de waterfiets zijn nergens meer te zien. Het was moeilijk hier te komen, maar de beloning is evenredig groot. Tien dagen geleden was ik nog in het te drukke Arnhem en nu dobber ik op mijn rug in een enorm meer onder een brandende zon, 2500 kilometer verderop. Van een bevolkingsdichtheid van 380 mensen per vierkante kilometer zit ik nu op 2 mensen per kilometer. Het lijkt of de hectiek en de stress van de drukke stad met zijn stoplichten en haastige figuren zo uit de poriën van mijn huid wegvloeien en zich vermengen met het frisse water van dit prachtige meer.

Wordt vervolgd…
Elke dinsdag zal er een nieuwe blog verschijnen over Roy, die een nieuw leven wil opbouwen in Spanje.

Ben je op zoek naar leesboeken voor de zomervakantie?

Recent Posts

Leave a Comment

een × twee =