Blog3: Onder de Spaanse zon en tussen het groene goud. Real-Life-Soap. Pech onderweg…

 In Blog

Blog 3: Onder de Spaanse zon en tussen het groene goud!

We rijden over de AP7 richting het zuiden. De zon staat al weer aardig hoog en brandt gezellig op de voorruit. Terwijl Bert tegen me praat mijmer ik nog even terug naar Conchi, Desi, Kathy en Dick, oftewel Sitges. Ik denk aan die keer dat ik mijn dochtertje had opgehaald uit Nantes om een vakantie bij me door te brengen. Kristina was toen een jaar of 8. Speciaal voor die gelegenheid had ik een appartement gehuurd vlakbij de tennisclub. Ze kon goed overweg met Conchi, één van de clubmanagers, die vloeiend Frans spreekt. Kris hielp mee achter de bar terwijl ik een lesje gaf. Wat was ik trots op mijn meisje, hoe ze meehielp en haar best deed.
We kregen visite uit Nederland. Tom kwam langs voor een paar dagen met vrouw en kids. Twee meiden in dezelfde leeftijd als Kris. Terwijl ik een toernooitje speelde hoorde ik opeens de stem van Stephan achter me zeggen dat ik de bal wel voor me moest raken. Hij was met Caroline als verrassing uit Arnhem overgekomen. En Christof kwam ook nog twee weekjes (bleef uiteindelijk een maand). Het was een dolle boel en supergezellig. Christof scheurde met de drie dochters naar de supermarkt in zijn open bolide. Hij kwam terug met een stapel pizza’s en drie lachende meiden, allen met een ijsje. Met Dick deed ik de zomerkampen op de golfclub. Kristina kon meedoen in de groep net als de twee kids van Dick. Nadat de lessen voorbij waren hielp Kris mee, gravelbanen slepen. Ik gaf haar een euro per baanhelft. Ze hield nauwkeurig bij hoeveel ik haar elke dag moest betalen, toppertje :). Zo kon papa mooi checken of haar rekenskills een beetje up to par waren.
Omdat ik nog geen paspoort had van de kleine meid, moest ik haar met de auto de grens over smokkelen terug naar haar moeder in Frankrijk. En daarna ging het gewone leven weer verder in Sitges. Ik woonde op een kamertje bij een Marokkaanse familie in huis op de Calle Pins Bens. Daar woonde ook Kathy, een Engelse. Alles kon en we waren één happy family. ’s Ochtends rolde ik mijn bed uit zo de Observatori bar in, waar ik wakker werd met een café con leche en een sportkrant om alles te lezen over mijn geliefde Footbalclub Barcelona. Hierna begon het serieuze leven. Een tennislesje, baanonderhoud op de golfclub, een ritje in één van de VW busjes (piratentaxi’s) van Dick en mij, een caña con limon op het strand, langs de kust een menuutje eten op de terugweg van een ritje naar het vliegveld Prat de Llobregat, bij Barcelona. Ondanks dat ik failliet ben gegaan in Sitges, kom ik er nu achter hoe erg ik het mis. Het is één van de mooiste badplaatsjes in Cataluña.
Toen ik Dick gisteren belde zei hij meteen dat we bij hem konden slapen en dat hij zou koken. Bert en ik haalden wijn en hapjes en het feest was compleet. Altijd mooi te zien hoe Dick overleeft en zijn kop boven water weet te houden. Na de nodige wijntjes en prachtige verhalen op het balkon met uitzicht op het station van Sitges en verderop de zee, gingen we uiteindelijk moe maar voldaan slapen.
Links naast ons duikt de zee op, rechts bergen. Plaatsen die Bert en ik voorbij rijden dringen niet tot me door. Ik geniet van het landschap, de zon, het leven, Spanje. Het liefst zou ik stoppen voor een pauze op het strand, maar we hebben een reisdoel wat nog een kleine 1000 kilometer rijden is.
Opeens licht er een controlelampje op. Het is van de Ad-Blue vloeistof, een toevoeging aan de uitlaat die een schonere verbranding geeft. ‘Maar die vloeistof had ik begin dit jaar nog bijgevuld en die gaat normaal ruim een jaar mee,’ bedenk ik me. Een paar kilometer verder komt de melding dat ik nog 1000 kilometer kan rijden voor de startblokkering in werking gaat. Nu zal ik in actie moeten komen.
Bert is al aan het kijken op google-maps of er dichtbij een garage is. Ik bel ondertussen met Lieze, een vriendin uit Nederland die in een garage werkt en verstand van auto’s heeft. Ze heeft snel een garage gevonden en stelt ons gerust. ‘Gaat goed komen. Met mazzel is een computer reset voldoende.’ Ze deelt mee dat het ook kan zijn dat de motor nog maar drie keer gestart kan worden voor hij blokkeert. We bedanken haar voor de hulp en stellen de koers opnieuw in. Bij een tankstation vul ik de Ad-Blue bij. Er gaat nog geen halve liter in. ‘Dat was dus niet het probleem. En dat was dus gelijk één keer starten.’
Ik praat met de hoofdmonteur van een grote garage in Amposta. Hij heeft veel gegevens nodig, adviseert dóór te rijden tot minimaal Valencia en daar hulp te zoeken. Maar het lijkt ons toch beter het euvel nu op te lossen. Afijn, een half uur later is alles ingevoerd in de computer en vraag ik of hij meteen kan laten kijken naar de auto, wat er aan de hand is.
‘Na de siësta,’ zegt hij. ‘Vanaf vijf uur.’
‘Maar je zou toch meteen kijken?’
De man schudt zijn hoofd. Hij verzekert me dat de auto zeker nog duizend kilometer zal rijden en ook zal starten. Ja, dan kunnen we beter nog vier uur verder rijden. Alle administratie wordt verscheurd en we gaan snel verder in de inmiddels bloedhete middagzon.
We halen het tot het vliegveld van Alicante, waar de auto van Bert staat. Na enkele onduidelijke telefoontjes met garages besluiten we achter elkaar aan te rijden en op de gok om hulp te vragen in Elche. Bij de eerste garage tref ik een hoofdmonteur met een bureau vol dossiers en autosleutels. De man heeft gestreste ogen en geen tijd, zegt hij, maar kent een goede garage in het centrum. Hij geeft me het adres en gaat zonder verder nog iets te zeggen verder met zijn chaos en rinkelende telefoons.
Even later rijd ik de bedoelde garage binnen in het drukke hete centrum. Als ik uitstap, stapt er meteen iemand in die de wagen naar boven en achteren rijdt door een smalle gang. Een monteur krijgt opdracht uit te zoeken wat er aan de hand is met mijn witte bolide.
De hoofdmonteur, George een sympathieke kerel met baard en de man die de auto naar achteren had gereden, neemt me mee naar zijn kantoor. Ondertussen wordt hij door iedereen aangesproken en lost problemen op. ‘Deze garage zit al drie generaties in mijn familie,’ zegt hij glimlachend. In de hoek staat een enorme stapel met kapotte Ad-Blue-installaties. Met een beetje pech hangt me dat boven mijn hoofd. Een nieuwe kost het al gauw € 1300,00. Fuck off! In een microseconde zie ik de helft van mijn Spanjebudget in rook opgaan. George zal zijn best doen het op te lossen op de goedkoopste manier. ‘Kom morgen rond elf uur kijken of bel eerst even.’
Bert en ik zoeken een overnachting in de buurt van Elche. Het wordt een hostel ter grootte van een vliegtuigloods. Van buiten lijkt hij onbewoond en leeg, maar van binnen is het gezellig. De eigenaresse is eerst nog nors en koud, maar blijkt later een gezellige vrouw te zijn, gelukkig. Ik kan wel wat liefde gebruiken nu ik in deze onzekere situatie zit. De tv en de airco staan aan, het bier is ijskoud uit de vriezer en dat is zeer welkom, want het is zeker 40 graden buiten.
De volgende morgen, dinsdag, blijkt dat ze de pomp van de installatie nog hebben kunnen repareren en dat de kosten meevallen. Ik bedank George meerdere malen en geef hem iets extra om een rondje koffie in te doen voor zijn collega’s.
Na nog wat shoppen laten we de drukke industriestad Elche snel achter ons en rijden door een prachtige vallei de binnenlanden in van Andalusië. Zo ver het oog reikt zie ik puur natuur. Geen stoplichten en reclameborden meer of enorme elektriciteitsmasten, containers en andere lawaaierige decoratie. Rust. Olijfbomen, verbouwde akkers en waterbassins. Het is een genot hier doorheen te mogen rijden. Rood, groen, beige en blauw, met opstijgende dampen er vlak boven. De bergen rondom worden kaler en puntiger. We komen bijna niemand tegen.
Vroeg in de avond rijden we, via enkele haarspeldbochten, Castril binnen, wat op hoogte ligt. Op het eerste gezicht is het de moeite waard, want het kleine witte dorp met zijn smalle straatjes en lichtbruine / oranje gloed van huizendaken ligt idyllisch tegen een steile berg op gedrapeerd. Bert doet glimlachend en trots de voordeur van zijn nieuwe verblijf open.
Als ik na een drankje de auto voor de deur probeer te parkeren, blijkt de straat te smal en kan ik niet verder. Hoezo cabeza dura (eigenwijs). Maar ik ben al te ver doorgereden. Eerst maar uitladen en dan achteruit er weer uit zien te komen. We ploeteren met ingeklapte spiegels kleine stukjes achteruit strak langs de huizen. Meerdere keren moet ik iets vooruit om vervolgens met iets bijsturen weer verder te komen. Wat een ellende. De opgestapelde vermoeidheid van de reis doet me meerdere keren hartgrondig vloeken. Uiteindelijk lukt het, op een paar krassen op de spiegels na, er zonder schade weer uit te komen. Wat een opluchting!
We vieren het met een koud biertje in de schaduw van de bomen op het terras bij bar Emilio’s. Het heeft een prachtig uitzicht over de vallei vol olijfbomen en een schuine helling vol huizen.
We hebben een kleine 2500 kilometer gereden en er dus vijf dagen over gedaan om hier te komen.

Wordt vervolgd…
Elke dinsdag zal er een nieuwe blog verschijnen over Roy, die een nieuw leven wil opbouwen in Spanje.

Ben je op zoek naar leesboeken voor de zomervakantie?

Recent Posts

Leave a Comment

10 + 7 =